De Bakenesserkerk

Door Jaap Temminck

 

Onser Lieve Vrouwe kapel op Bakenes

De Vrouwestraat op Bakenes heeft zijn naam niet te danken aan het Vrouwenhuis dat daar in de jaren ‚€ô80 van de vorige eeuw gevestigd was, maar aan de veel oudere Vrouwekapel die daar ooit is gebouwd. Ooit, want we weten niet precies wanneer en door wie de kapel gebouwd is. Deze aan de maagd Maria gewijde kapel wordt voor het eerst genoemd in een rekening van de kerkmeesters van de Grote Kerk uit 1421. Volgens de overlevering zou de kapel gebouwd zijn door Rooms koning graaf Willem II omstreeks 1250, maar dit gegeven is onbewijsbaar.

De Bakenesserkerk, gezien vanuit de Valkestraat (foto: Peter Holthuizen)

De Bakenesserkerk, gezien vanuit de Valkestraat (foto: Peter Holthuizen)

Valkestraat met de Bakenesserkerk, tekening uit 1935 met pen en penseel van P.v.Alff

Valkestraat met de Bakenesserkerk, tekening uit 1935 met pen en penseel van P.v.Alff


Omstreeks 1480 is de kapel verbouwd en kreeg die het uiterlijk van de huidige zuidbeuk. Tegelijkertijd werd er aan de Westkant een bakstenen toren tegenaan gebouwd waarin de hoofdingang van de kapel kwam. De ruimte tussen de kerk en de Bakenessergracht was toen nog onbebouwd zodat er een goed uitzicht op het hele gebouw was. In het begin van de 16de eeuw is de toren verhoogd en kreeg die het huidige aanzien. Het verhaal gaat dat voor deze toren elementen van de aanvankelijk stenen toren van de Grote Kerk zouden zijn gebruikt, toen die weer moest worden afgebroken omdat de vier pilaren van de Grote Kerk die zware last niet konden dragen. Uit de maatvoering is gebleken dat dit slechts een legende is, één van de vele Haarlemse legenden.
Het materieel toezicht op de kapel gebeurde door de kapelmeesters.
Na de overgave van Haarlem aan de Spanjaarden in 1573 moesten de soldaten in dienst van de stad en van de Prins van Oranje zich verzamelen in de Bakenesserkerk. Van hen is een groot aantal door verdrinking of onthoofding terechtgesteld.
De godsdienstvrede van 1577 (Satisfactie van Veere) tussen de stad en de Prins van Orange gaf aan katholieken en hervormden in Haarlem ieder het recht op hun eigen eredienst. De kleine Bakenesserkerk werd aan de protestanten toegewezen en voor de Hervormde eredienst geschikt gemaakt. Alle ornamenten en kleinodi√ęn der Pausgezinden moesten binnen drie dagen verwijderd zijn. De vier houten beelden van de Evangelisten in het koor zijn toen niet aangetast. Op 24 maart 1577 vond daar de eerste kerkdienst plaats onder leiding van ds. Thomas Tilius. Al na een half jaar, op 17 november vertrokken de Hervormden naar het klooster van de Karmelieten in de Grote Houtstraat waar de kerk groter was.
De godsdienstvrede duurde iets langer dan een jaar. Op 29 mei 1578 drongen Hervormde soldaten de Grote Kerk binnen en maakten een einde aan de uitoefening van de R.K. eredienst (Haarlemse Noon). De Hervormden namen de Grote Kerk over en ds. J.Damius hield daar in september de eerste preek.
De Bakenesserkerk kreeg een nieuwe bestemming. Bij de grote brand in Haarlem op 23 oktober 1576 waren 449 woningen verwoest en in een deel van de Bakenesserkerk werden kleine woningen gebouwd. (Zie kader voor een overzicht van de eerste bewoners van de kerk.) Ook over volledige afbraak van de kerk werd toen gesproken.
De Hervormde gemeente groeide in de volgende decennia en kreeg behoefte aan meer kerkgebouwen. In 1620 werd de Bakenesserkerk hersteld en voor Hervormd gebruik gereed gemaakt. Een nieuwe toegangsdeur aan de oostkant van de kerk draagt dat jaartal 1620 en wordt toegeschreven aan Lieven de Key. De kerk werd zelfs te klein en bij een nieuwe verbouwing kreeg de kerk er aan de noordkant een zijbeuk bij. De poort uit 1620 zal toen zijn verplaatst. De ingangspartij in Ionische trant aan de Vrouwestraat is uit 1639. Daarin staat een Latijnse tekst die vertaald luidt: "Als zij lof hebben verdiend die nieuwe kerken bouwen, waarom zou men dan ook niet hen eren die ze vernieuwen en van het oude dit nieuwe gebouw hebben opgericht." In 1658 werden 6 koperen lichtkronen in de kerk aangebracht, zodat ook avonddiensten mogelijk werden.

De Bakenesserkerk, gezien vanuit de Vrouwestraat, kopergravure uit 1688 van Romeyn de Hoogh

De Bakenesserkerk, gezien vanuit de Vrouwestraat, kopergravure uit 1688 van Romeyn de Hoogh


Sinds 1779 werd de Bakenesserkerk gebruikt als Kinderkerk. De kinderen van mensen die door de Hervormde diaconie werden onderhouden, waren verplicht deze diensten bij te wonen op straffe van inhouding van de alimentatie van de ouders. Ook was er ruimte gereserveerd voor weesmeisjes.
De kerken in Haarlem waren vroeger stadseigendom. Bij de scheiding tussen kerk en staat werden de kerken in Haarlem in 1808 afgestaan aan de Hervormde gemeente. De kerktorens werden van deze deal uitgesloten en zijn nog steeds gemeentelijk eigendom.
In 1877 werd de brokkelig geworden vloer van de zuidbeuk vervangen door een houten vloer. In de noordbeuk kwam een amfitheaterachtige oplopende vloer. Bij die gelegenheid zullen de grafstenen in de kerk wel zijn verwijderd, want daar werd tot ver in de achttiende eeuw ook begraven. In 1874 kwam er een orgel van de Duitse orgelbouwer Julius Alexander Ströbel. De preekstoel stond uit 1620 tot 1930 aan de zuidmuur van de kerk.
Tussentijds maakten ook anderen gebruik van de Bakenesserkerk. In het midden der achttiende eeuw hielden bij voorbeeld Zwitserse troepen van het garnizoen in de stad daar hun kerkdiensten.
In 1954 vierde de kinderkerk zijn 175-jarig bestaan. Enkele jaren later werden deze kinderdiensten stopgezet. De Bakenesserkerk werd nog een tijdje uitgeleend aan kerkelijke gemeenten die tijdelijk wegens een verbouwing onderdak zochten zoals de Doopsgezinde gemeente en de Christelijk Gereformeerde kerk maar werd een te grote financi√ęle last voor de Hervormde gemeente Haarlem. In 1996 werd de Bakenesserkerk verkocht aan een particulier. E√©n van de verkoopvoorwaarden was dat de kerk bij latere doorverkoop steeds eerst aan de Hervormde gemeente van Haarlem moet worden aangeboden.
Na enkele jaren stond de kerk alweer te koop en is toen in handen gekomen van Minerva Vastgoed. Dit bedrijf heeft de mogelijkheden onderzocht om er appartementen in te bouwen, maar dit plan bleek niet levensvatbaar. De gemeente Haarlem heeft vervolgens de helft van de kerk aangekocht. Hiervoor heeft wethouder Chris van Velzen, inmiddels helaas overleden, zich ingespannen. Op zijn initiatief is het gebouw grondig gerestaureerd en het nieuwe onderkomen geworden van de Dienst Archeologie van de Gemeente Haarlem. Huidige eigenaar is Stadsherstel Amsterdam die het verhuurt aan de Gemeente Haarlem.



De Bakenesserkerk, tekening uit 1800 van Jan Pannebakker

De Bakenesserkerk, tekening uit 1800 van Jan Pannebakker

De Bakenesserkerk, tekening uit 1816 van Jan Pannebakker

De Bakenesserkerk, tekening uit 1816 van Jan Pannebakker

De eerste bewoners van de Bakenesserkerk

Bakenesserkerk 30 maart 1584 tot en met einde 1587: Bewoners volgens Attestatieregister Herv . gemeente in archief Kerkeraad inv,nr 98. De nummers verwijzen naar de bladzij van dit register.

41Jan de Lespiere
43Dorothea, weduwe van Hendric
Cathelijne van der Maire, echtgenote van Joos van der Maire
Pierijnken Vermeersch, huisvrouw van Pieter Vermeersch
47Joos van der Maire met attestatie van Gent
48Michiel de Hooghe van Yngelmunster
59Josijne huisvrouw van Jan de Vynck
59Hendric Jansz en zijn huisvrouw Janneken uit Bommel
70Tanneken vos, wed , van Gent
77Francois van Hove van Bellevue


In het attestatieregister van leden der Hervormde kerk werden alleen nieuwe lidmaten van die kerk opgenomen, maar de Bakenesserkerk was geen protestants wooncentrum; daar werden ook anderen dan hervormden opgenomen maar hun namen zijn nergens geregistreerd.
Wanneer van een gezin maar één persoon lidmaat was, werd alleen diens naam opgenomen. In werkelijkheid zullen de meeste personen er met hun gezin hebben gewoond.

Zie ook Bakenesserkerk. Hoogtepunt in Haarlems historie, A. Hellwig, Haarlem 2009