Bakenesser bier

In Haarlem werd bier tot halverwege de dertiende eeuw uitsluitend door huisvrouwen thuis gebrouwen. Vanaf de veertiende eeuw werd brouwen een serieus beroep, uitgevoerd door ambachtslieden. Er viel goed geld mee te verdienen. De meeste brouwerijen lagen langs het Spaane en de Bakenessergracht.
In 1407 werd er door het stadsbestuur een keur uitgevaardigd, met als belangrijkste bepalingen dat eenieder die bier wilde brouwen lid moest zijn van het brouwersgilde (Sint- Maartensgilde) en geen ander beroep mocht uitoefenen. Pas een kleine eeuw later, in 1501, werd een nieuwe keur op de brouwerij uitgevaardigd. Daarna zijn er nog regelmatig veranderingen in de regelgeving geweest, die zijn toegevoegd aan de originele keur.
Over het algemeen was het grootste deel van de bierproductie voor de export bestemd. Alleen in de jaren tussen 1450 en 1480 werd het merendeel binnen de stad geconsumeerd.
Het zogeheten brouwgeld en de bieraccijns vormde een groot deel van de stedelijke inkomsten. Het brouwgeld was een belasting op grondstoffen, de bieraccijns was een belasting op het eindproduct bier.
Regelmatig gingen brouwerijen over van vader op zoon, een enkele keer van moeder op dochter. Een voorbeeld hiervan was de brouwerij van de familie Moyses op de Bakenessergracht. In 1518 was de eigenaresse ene Griet Dirck Janszoon Moyses weduwe en zij werd in 1522 opgevolgd door haar dochter Claer Moyses. Die was getrouwd met Pieter Claeszoon Velserman en hierdoor het schoonzusje van Kathrijn Velserman, die vanaf 1531 met groot succes de brouwerij van haar overleden man voortzette.
In de vijftiende eeuw telde de stad nog zo‚€ôn 150 brouwerijen, maar aan het einde ervan kwam er een kentering in de Haarlemse economie. Het aantal brouwerijen nam af, terwijl de productie steeg. In 1543 waren er 31 bierbrouwerijen gevestigd in de Bakenes en wel aan de Bakenessergracht en het Spaarne.
De brouwerij genaamd De Passer en de Valk staat al vermeld in 1594, maar het pand aan de Bakenessergracht 84 dateert van 1726.
Op de hoek van het Donkere Spaarne en de Bakenessergracht in 1609 was bierbrouwerij ‚€ėt Vosje gevestigd. Aan de Bakenessergracht nummer 9 vinden we de uit de 17de eeuw daterende voormalige brouwerij De Twee Gekroonde Eikels‚€ô met aan de gevel een replica van de voormalige gevelsteen.
In de achttiende eeuw was het aantal bierbrouwerijen gedecimeerd ten gevolge van moeilijkheden met de export, toenemende concurrentie, hoge accijnzen en een groeiend gebruik van wijn, koffie en thee.


Zie ook het weblog van Jaap van der Stel op deze site.

[bronnen: De Haarlemsche brouwindustrie vóór 1600, J.C. van Loenen, Amsterdam 1950; Bier doet het leven goed. Haarlemse bierbrouwsters in de zestiende eeuw, M. van Dekken, Haerlem Jaarboek 2002; De loop van het Spaarne; de geschiedenis van een rivier, Bert Sliggers e.a., Haarlem 1987, Ach Lieve Tijd, 750 jaar Haarlem en de Haarlemmers, Haarlem/Zwolle 1984]

Bakenessergracht 84

foto Annemarie Ebeling

foto Annemarie Ebeling


Op dit adres floreerde een van Haarlems bekendste bierbrouwerijen, ‚€ėDe Passer en De Valk‚€ô. De gevelsteen is een kopie van het origineel uit circa 1590 en is geplaatst in december 2007. In de volksmond heette de Brandenburgerpoort, die de Damstraat met de Bakenessergracht verbond, ook de Passerspoort.

Bierbrouwerij ‚€ėHet Hert‚€ô aan het Donkere Spaarne, tekening uit 1840 van A.J.Eymer

Bierbrouwerij ‚€ėHet Hert‚€ô aan het Donkere Spaarne, tekening uit 1840 van A.J.Eymer