Dirc van Bakenesse

Door Wim Bakkenes

 

Hij zit er warmpjes bij op het schilderij dat in 1593, twee eeuwen na zijn overlijden (!) van hem gemaakt werd, en dat nu in slechte staat bewaard wordt in het Frans Halsmuseum.


Dirc werd geboren in ca. 1330 als enige zoon van de welgestelde familie van Bakenesse, die op haar beurt verwant was aan het oude aanzienlijke geslacht Persijn.
Het schilderij is ooit gemaakt voor de regentenkamer van ‘Het Hofje De Bakenesser Kamer’, het oudste hofje in Nederland, en heeft daar tot 1889 gehangen.
Er is over zowel Dirc als over zijn nu ruim 600 jaar oude hofje al veel geschreven. Dirc van Bakenesse behoorde destijds tot een der voornaamste families van Haarlem. In 1383 was hij schepen en werd op 24 oktober van dat jaar als ‘Raad van Haarlem’ afgevaardigd naar Leiden inzake een rechtsgeschil. De functie van Raad stond gelijk aan die van burgemeester. Hij bekleedde nog meer belangrijke functies. (Ik verwijs hierbij graag naar het interessante boekje dat Peter E. Hammann over het Hofje schreef en dat in 1997 werd uitgegeven bij ‘De Vrieseborch’ te Haarlem.)
De aandoenlijke oude wijsheid die spreekt uit de tekst op het schilderij, en die blijkbaar wordt toegedacht aan Dirc, is vol van melancholie en oprechte bijbelse bescheidenheid en realiteitszin zoals toen gebruikelijk was. De tekst staat wel in een schrille tegenstelling tot het ‘hebben is hebben en krijgen is de kunst’ zoals dat in onze dagen wordt gepredikt.
Hieronder de tekst in hedendaags schrift weergegeven:

Ic wil leve en ick moet sterve
Wat ic heb moet ic derve
Wil moet ic over gheve
doe ic wel soe mach ic leven
Huden (heden) te leven – morgen doet (dood)
Hebt dat voor oghen – dat is wijsheit groet (groot)

Een praktisch advies bij het memento mori dat nog steeds op alle menselijk handelen van toepassing is (of zou moeten zijn?).

Opschrift boven de ingang van het Hofje van Bakenes.

Opschrift boven de ingang van het Hofje van Bakenes.


Er heerst rust, stilte en oud Hollandse ingetogenheid binnen het hofje waar de eeuwen lijken te hebben stilgestaan, en waar sinds het ontstaan enkele honderden bewoonsters (weduwen) hun laatste jaren hebben gesleten.
Sluit even uw ogen en zie ze gaan, proper gekleed, over de schoon geschrobde stoepjes of zittend en glurend achter de ramen van hun ‘cameren’. Ze hebben al hun wel en wee achter zich gelaten, evenals de stichter van dit woonoord: Dirc van Bakenesse, de weldoener.