Het oude geslacht Van Bakenesse

Door Wim Bakkenes

 

Wanneer je maar in het goede nest geboren wordt, is het leven meestentijds wel dragelijk en meer dan dat. Van ‘goede’ familie zijn heeft zo zijn voordelen en dat was zeker het geval in de Middeleeuwen.
Wist de ‘gewone man’ veel — hij diende het leven te aanvaarden zoals het klaarblijkelijk was. Er waren nu eenmaal heren en knechten.
Tot de ‘heren’ behoorde het oude aanzienlijke geslacht Persijn, Heren van Waterland. Zij zetelden in Het Huis te Velzen en dat hadden zij in leen van de graaf van Holland. En ze bezaten meerdere goederen en vooral: ze hadden privileges, ze hadden macht.
Maar ook toen fulmineerden de minder bedeelden al en kwamen in opstand zoals in 1275 toen de Kennemers uit boosheid (en afgunst?) vele adellijke kastelen verwoestten. Daar is natuurlijk veel meer over te vertellen. Het begin van de grotere wapenfeiten uit de sociale geschiedenis van Holland! (Hierover is meer te lezen in onze studie over het ontstaan, de genealogie en de verspreiding van deze Nederlandse familienaam. Daarin is de vrijwel complete genealogie van de Persijns en de Van Bakenessen beschreven, inclusief tal van bijzonderheden.)
Simon Persijn ging zich ‘Van Bakenes’ noemen nadat hij het goed Bakenes bij Haarlem van zijn broer Jan in leen had gekregen, al zijn de bewijzen hiervoor niet aanwezig. En ook zijn nakomelingen met als eerste diens zoon Jacob bleven zich Van Bakenes noemen. Jacob van Bakenes(se) (niets veranderlijker dan de geschreven taal) was opgenomen in de ‘ridderstand’. Hij wordt vermeld onder de schildknapen van de graaf van Holland, Willem III de Goede.
En wie eenmaal hoog te paard zit, dient ervoor te zorgen dat hij in het zadel blijft! De nakomelingen van Jacob bleven belangrijke maatschappelijke posities bekleden - ook in Haarlem.
Ze werden ‘schepenen’ en behoorden tot de patriciërs, de dunne bovenlaag die het in Haarlem enige tijd voor het zeggen had. Bekend als schepenen zijn: Claes van Bakenesse in 1348, 1358 en 1365 en Jacob van Bakenesse in 1352 tot en met 1354.
Later in de tijd woonden zij waarschijnlijk niet meer op Bakenes, maar ten noorden van het Grote Kerkhof in Haarlem waaronder de Begijnestraat.
En ‘sic transit gloria mundi’, delen van de geslachten van Bakenes stierven uit bij gebrek aan mannelijke nakomelingen al bleef de familienaam gehandhaafd, soms door nakomelingen van gehuwde dochters (Van) Bakenes die de familienaam bleven voeren. Een kwestie van ‘status’ zouden we nu zeggen.
Anderen, zoals de familie Geldzack voegden, terecht of onterecht, de naam ‘Van Bakenes’ aan hun eigen naam toe. Op een pilaar in de Sint Bavo is nog een wapenbord te vinden van het geslacht ‘Geltsak de Bakkenes’.

Wapenbord van het geslacht ‘Geltsak de Bakkenes’

Wapenbord van het geslacht ‘Geltsak de Bakkenes’


Ongeveer 300 jaar waren er mensen die aantoonbaar in rechte lijn afstamden van Simon van Bakenes. Zij hebben, zij het mondjesmaat, hun sporen vooral in het Haarlemse nagelaten.
Maar de voortzetting van de naam, in een soms aan de tijd aangepaste schrijfwijze zoals (Van) Baeckenes, Backenesse, Bakkenes, et cetera bleef tot op heden gehandhaafd.