De Onderlinge van 1719 U.A.


De ‘Onderlinge van 1719 U.A.’, gevestigd in de Korte Begijnestraat op nummer 14, is een kleine Haarlemse levensverzekeringmaatschappij en de oudste nog zelfstandig bestaande algemene levensverzekeringmaatschappij in Nederland. Vroeger heette zij ´Begrafenisbos De Vrijwillige Liefdebeurs´ onder de zinspreuk "In Alles Ghetrou". Dit begrafenisfonds werd op 12 februari 1719 opgericht.
Sinds de oprichting wordt de maatschappij bestuurd door 10 a 15 Haarlemmers, die als commissaris of directeur dienen. Hun beloning bestaat uit het plezier om zich voor deze oude, kleine, maar zeer gezonde maatschappij in te zetten. Oorspronkelijk werd door de bosbestuurders des zondagsmorgens na kerktijd zitting gehouden ´op de Kaamer´ (een gehuurd vertrek). De bestuursleden ‘dienen’ tijdens deze zitting, d.w.z. zij schrijven nieuwe leden in, innen de contributies, voeren de administratie en betalen uit.
Sinds 1935 houdt men kantoor op de vrijdagavond. Hoewel tegenwoordig de administratieve- en actuariele taken zijn uitbesteed, zijn het ook nu nog de bestuurders die op vrijdagavond voor verzekerden en bezoekers dienen. De bestuurders, die elkaar als ´broeder´ aanspreken vormen door alle jaren een hechte vriendenclub. Na het dienen blijft men steevast nog enige tijd bijeen om het kaartspel skat te spelen en een glas te drinken.
In het portaal hangt een houten lijst met daarin de relevante resultaten uit het laatste jaarverslag. Op deze wijze voldeed men aan de door de stadsregering opgelegde publicatieplicht. De huidige toezichthoudende Verzekeringskamer kent andere publicatiewijzen, maar ook deze vorm wordt door De Onderlinge van 1719 nog in ere gehouden.

De bestuurders in 1908

De bestuurders in 1908


Het gebouw

Op 21 januari 1780 werd voor fl. 1000,- het pand Korte Begijnestraat 16 door de Bos aangekocht. Een vertrek diende als Boskamer, de rest van het pand werd verhuurd.
In 1870 raakte men in conflict met buurman Hartman op nr. 14, die tegen de gemeenschappelijke binnenmuur een bakkersoven bouwde, waardoor de gemoederen in evenredige mate verhit raken met de temperatuur in het bosgebouw.
Het probleem werd opgelost door de aankoop van het pand nr. 14 van Hartman voor f 3300,-. Het pand werd afgebroken en volgens een ontwerp van architect A. van der Steur jr. opgebouwd tot het pand zoals het op dit moment nog bestaat.
In 1871 was het gebouw klaar. Naar het oude bosgebouw op nr. 16 kwam een open verbinding. Het nieuwe pand, met een voorportaal en loket, een ‘dienkamer’ (voorkamer) en een ‘boskamer’ (achterkamer) met brandvrije kluis en toilet, huisvestte de ‘Vrijwillige Liefdebeurs’; het oude pand nr. 16 werd conciërgewoning.

foto: Annemarie Ebeling

foto: Annemarie Ebeling


De inrichting

Typerend is dat de inrichting van nr. 14 sinds 1870 in essentie ongewijzigd is gebleven en nog steeds de sfeer van de vorige eeuw ademt.
In het gebouw is een aantal karakteristieke elementen aanwezig. Zo treft men na binnenkomst direct rechts "het loket" aan. Van oudsher brachten hier de leden van de Bos hun Stuiver in de week, die werd bijgeschreven in hun ‘bosboekje’. Dit bosboekje was de voorloper van de tegenwoordige polis en gaf recht op een uitkering "als er een lijk werd binnengedragen". Deze vakterm diende overigens niet letterlijk te worden opgevat!
Sinds de tijd van polissen en giraal betalingsverkeer is het gebruik van het loket in ongebruik geraakt, maar sommige oudere Haarlemmers zullen zich het wekelijkse betalingsritueel nog zeker herinneren.
In de ‘dienkamer’ vallen onmiddellijk de drie grote wandborden op, waarop sinds de oprichting van de Bos de opvolgende bestuurderen worden vermeld. Onder deze borden hangt een afbeelding van de familiewapens van de bestuurders ten tijde van het 200-jarig bestaan van de Bos in 1919. (Gefluisterd wordt, dat enkele bestuurders eerst sinds deze ter gelegenheid van het jubileum gemaakte prent een familiewapen bezaten).
Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Bos op 19 februari 1844, lieten de bestuurders naar de stijl van die tijd een gedenkschilderij (boven de ‘schouw’ in de dienkamer) en een gedenkdicht (boskamer) vervaardigen. Op de muur naast het gedenkschilderij hangt ingelijst het oudst bewaarde document d.d. 23 november 1739.
In de boskamer bevindt zich na binnenkomst in de linkerhoek een brandvrije kluis met daarin een verrijdbare kist die met drie verschillende sleutels moet worden geopend.
Conform een bestuursbesluit d.d. 20 augustus 1838 werd een bord vervaardigd waarop met schuifjes de "broeders met de plicht te dienen" kunnen worden vermeld. Dit bord in de boskamer wordt nog steeds bijgehouden en gebruikt.
Evenals een bord waarop de datum en het weeknummer van een zitting worden bijgehouden, en een bord waarop het aantal uitbetalingen sinds begin van het lopende jaar staan vermeld.
In de boskamer staan naast de grote vergadertafel nog twee speeltafels waaraan na iedere zitting door de bestuurders fanatiek skat wordt gespeeld. Bij bijzondere festiviteiten worden vanouds ‘feestrijmen’ gemaakt. Als voorbeeld dient het ingelijste menu-rijm in de boskamer. Tijdens de zittingen van het Bosbestuur worden nog een aantal oude gebruiken in ere gehouden.
Zo is er een ‘lootjespot’, ter bepaling van de volgorde bij de rondvraag en een pot waarin boetes worden gestort; de ‘pot van Joekes’ een sigarenblikje van de in 1913 overleden bosbroeder Joekes.

De bestuurders anno 2010

De bestuurders anno 2010


Zie ook www.onderlinge1719.nl