Beroemde personen

De Bakenessergracht heeft sinds de 16de eeuw beroemde bewoners gehad. Op deze pagina vindt u de bekendste. Aanvullingen (en vertalingen) zijn van harte welkom!

Hendrik Andriessen

Hendrik Andriessen
Hendrik Andriessen

Woonde op nummer 26A

Hendrik Andriessen (Haarlem, 17 september 1892 ‚€” Haarlem, 17 april 1981) was een Nederlands organist en componist. Hij was de vader van de componisten Jurriaan Andriessen en Louis Andriessen.

De twee woonhuizen waarin de families Andriessen en de familie De Klerk woonden.
De twee woonhuizen waarin de families Andriessen en de familie De Klerk woonden.

Hij studeerde bij Bernard Zweers aan het Amsterdams conservatorium en werd later directeur van het Utrechtse conservatorium en koormeester van de Utrechtse Sint-Catharinakathedraal.
Zijn oeuvre bevat onder meer acht missen, en een Te Deum, drie symfonie√ęn, variaties voor orkest, liederen voor stem en orkest, kamermuziek, cello- en pianosonates en orgelwerken. Hij stond bekend als orgelimprovisator, en droeg bij aan de vernieuwing van de Nederlandse kerkmuziek. Zijn muzikale idioom was geori√ęnteerd op de Franse muziek.

Bron: Wikipedia

Han (Henricus Alphonsus) Bijvoet

Han Bijvoet, geschilderd door Kees Verwey
Han Bijvoet, geschilderd door Kees Verwey

Woonde op nummer 29 (van omstreeks 1927 tot omstreeks 1939).

Haarlemse schilder (Amsterdam, 14 februari 1897 ‚€” Haarlem, 18 oktober 1975)

Hij is o.a. de maker van het grote gedenkpaneel voor de gijzelaars in het stadhuis en de maker van talrijke  gebrandschilderde ramen, muurschilderingen en kruiswegstaties in de nieuwe St Bavo én ramen in andere (Haarlemse) kerken.Veel meer informatie over leven en werk van Bijvoet is te vinden op een aan hem gewijde website. Olav Bijvoet, de zoon van Han, schreef ons nog deze herinnering.

Willem Bilderdijk


Woonde (o.a.) op de Bakenessergracht

Dichter, jurist, medicus, classicus, arabist, tekenaar, taalkundige, theoloog en bouwkundige Willem Bilderdijk (1756-1831)

Bilderdijk heeft enorm veel geschreven; naar schatting bestaat zijn dichtwerk uit meer dan driehonderdduizend versregels. Vanwege zijn enorme productie werd hij ook wel ‚€ėeen onvermoeibaar versifex‚€ô genoemd en dat terwijl het schrijverschap niet eens zijn full-time baan was. Het grootste gedeelte van zijn leven verdiende hij de kost als advocaat of docent. Buitendien, niet alleen als dichter manifesteerde Bilderdijk zich: hij schreef ook betogen in proza, verhalen, verhandelingen over taalkunde, filosofie, godsdienst en hij maakte vertalingen. Ook als tekenaar was hij verdienstelijk en tevens was hij thuis in de geneeskunst.
Bilderdijk voelde zich altijd ongelukkig en koesterde een levenslange doodswens en droeg daarmee bouwstenen aan voor zijn eigen mythe. Aanvankelijk was zijn werk nog classicistisch van aard, maar hij ging de geschiedenis in als het prototype van een romantisch dichter, niet in het minst door zijn melancholie. Latere generaties keken met plaatsvervangende schaamte naar zijn werk en door de Tachtigers werd hij verguisd. Hij werd ‚€ėde grote ongenietbare‚€ô genoemd en kreeg de bijnaam Bulderdijk. Tijdens zijn leven was hij van grote invloed, ten eerste omdat hij zich overal mee bemoeide, van politieke kwesties tot de evolutieleer; en ten tweede doordat hij als docent ook de mogelijkheid kreeg dichters als Da Costa en politici als Groen van Prinsteren diepgaand te be√Įnvloeden. De Bilderdijk-berg is enorm: dit Profiel wil alleen enkele mijngangen graven om toegang te geven tot verborgen schatten.

Bron: KB

Louis Ferron

Louis Ferron
Louis Ferron

Woonde op nummer 43

Aloysius (Louis) Ferron (Leiden, 4 februari 1942 - Haarlem, 26 augustus 2005) was een Nederlands dichter en prozaschrijver.

Ferron werd als Karl Heinz Beckering geboren in Leiden uit een buitenechtelijke verhouding van een Duitse getrouwde soldaat met een serveerster uit Haarlem, die Ferron heette. Zijn vader nam hem mee naar Duitsland. Toen deze kort voor het eind van de Tweede Wereldoorlog omkwam, werd Karl Heinz als pleegkind van de wettige echtgenote van zijn vader opgevoed in Bremen. Na de oorlog keerde hij naar Nederland terug. Daar kreeg hij de naam Aloysius (Louis) Ferron. Hij werd opgevoed door de ouders van moeders kant en verbleef op kostscholen en in pleeggezinnen. Hij wilde aanvankelijk schilder worden, maar trouwde op zijn achttiende met een dochter van de schrijfster Lizzy Sara May. Zijn echtgenote moedigde hem aan schrijver te worden.
Ferron debuteerde met de gedichtencyclus Kleine Krijgskunde in het tijdschrift Maatstaf in mei 1962. Zijn eerste zelfstandig publicatie, de po√ęziebundel Zeg nu zelf, is dit ontroerend?, verscheen in 1967. In 1974 volgde een tweede bundel gedichten: Grand Guignol. Daarna publiceerde hij overwegend proza, waarmee hij pas echt naam zou maken. De filosofie van Friedrich Nietzsche en de psychologie van Freud spelen in het werk van Ferron een belangrijke rol en hij werd be√Įnvloed door de schrijvers Louis-Ferdinand C√©line en Thomas Bernhard.
Ferron ontmaskert allerlei ideologie√ęn en romantische voorstellingen om de daarachter liggende chaos van driften en verborgen formele conventies zichtbaar te maken. Ferrons werk wordt door een aantal critici postmodernistisch genoemd, met name vanwege zijn voorstelling van de werkelijkheid als zijnde onkenbaar. In een roman als Turkenvespers (1977) is het voor het hoofdpersonage op een gegeven moment zelf niet meer duidelijk of hij bestaat dan wel slechts de imaginaire voorstelling is van een wat perverse regisseur.
Ook in de verwerking van de geschiedenis laat Ferron zien dat de werkelijkheid niet altijd zo duidelijk is als dat ze zich in eerste instantie voordoet. Met name het beladen Duitse verleden vormt voor de auteur een voortdurende fascinatie. De romans Gekkenschemer, Het stierenoffer en De keisnijder van Fichtenwald worden ook wel de Teutoonse trilogie genoemd, en zijn in 2002 in een gezamenlijke band uitgebracht.
Ferron vertaalde werk van James Baldwin en Vladimir Nabokov. Na een kort ziekbed overleed hij op 63-jarige leeftijd in Haarlem aan kanker.

Bron: Wikipedia

Frans Hals


Frans Hals woonde aan de Bakenessergracht, op steenworp afstand van de brouwerij De Vergulde leggende Bastaert Pijp van korenkoper Cornelis Tetrode.

Frans Hals (Antwerpen 1582 of 1583 ‚€” Haarlem 1666)
was de eerstgeboren zoon van een katholieke textielwerker uit Mechelen die zich in Antwerpen had gevestigd. Rond 1586 verhuisde het gezin Hals naar Haarlem, waarschijnlijk net als veel andere Vlamingen op de vlucht voor de Spanjaarden. Vader Hals vond er emplooi in de textielindustrie.

Regentessen van het Oudemannenhuis (1664)
Regentessen van het Oudemannenhuis (1664)

Over de opleiding van Frans Hals tot schilder is weinig bekend. Hij was tot 1603 een leerling van Carel van Mander, in 1610 werd hij lid van het Sint-Lucasgilde en zijn vroegst gedateerde werk is uit 1611 maar hij moet al veel eerder volleerd zijn geweest. In 1616 reisde hij naar Antwerpen om het werk van Rubens en Antoon Van Dijck te bestuderen. De reguliere diensttijd in de plaatselijke schutterij was twee jaar maar Frans Hals diende maar liefst van 1612 tot 1624. In 1616 schilderde hij zijn eerste schutterstuken in 1639 zijn laatste. Hij maakte deel uit van de Haarlemse rederijkerskamer.
Hals is tweemaal getrouwd: rond 1610 met Anneke Harmensdochter, die na drie jaar overleed, en in 1615 met Lysbeth Reyniers. Het laatste huwelijk werd voltrokken in Spaarndam en een paar dagen later werd zijn dochter Sara geboren. Hals heeft veertien kinderen laten dopen en hij heeft vier of vijf zonen tot schilder opgeleid. Rond 1615 verkeerde Hals in dusdanige financi√ęle moeilijkheden dat de voedster hem aanklaagde. Tussen 1620 en 1630 schilderde hij portretten van de elite en leidde hij diverse leerlingen op, zoals Philips Wouwerman. E√©n van zijn schuttersstukken, De Magere Compagnie, is afgemaakt door Pieter Codde. Frans Hals staat bekend om zijn uitbundige stijl maar in zijn laatste jaren werd dat minder. Op ongeveer 84-jarige leeftijd, na een carri√®re van bijna een halve eeuw, overleed de kunstschilder als een arm man in 1666. In de oude St. Bavo-kerk aan de Grote Markt ligt hij onder het koor begraven. In de 18de eeuw raakte zijn werk uit de gratie, maar in 1968 werd hij afgebeeld op het Nederlandse bankbiljet van 10 gulden.

Zie ook www.franshalsmuseum.nl


Bron: Frans Halsmuseum

Albert de Klerk

Albert de Klerk
Albert de Klerk

Woonde op nummer 26B

Albert de Klerk werd geboren te Haarlem op 4 oktober 1917 en overleed op 1 december 1998.

Reeds op 16-jarige leeftijd werd hij benoemd tot organist van de St. Jozefkerk te Haarlem ‚€” als opvolger van Hendrik Andriessen. In dezelfde tijd bezocht hij het Amsterdams Conservatorium, waar hij in 1939 zijn eindexamen voor orgel cum laude behaalde met een onderscheiding voor improvisatie.
De Klerk was van 1965 tot 1985 hoofdleraar voor orgel aan het Amsterdams Conservatorium. Van 1956 tot 1983 was hij stadsorganist van Haarlem. Hij gaf geregeld concerten in binnen- en buitenland.
Van zijn hand verschenen vocale werken, werken voor (kamer)orkest, orgelmuziek (o.a. drie orgelconcerten met orkest), kerkmuziek en werken voor beiaard.

Bron: Donemus

Anton (Rudolf) Mauve

Zelfportret Anton Mauve
Zelfportret Anton Mauve

Woonde op nr. 35

Schilder, aquarellist en etser van de Haagse school; leermeester en aangetrouwde neef van Vincent van Gogh, leefde van 1838 tot 1888.

Anton Mauve werd geboren in Zaandam geboren op 18 september 1838. Zijn vader was doopsgezind predikant. In 1839 verhuisde het gezin naar Haarlem. Daar groeide hij op en ontstond het plan later kunstschilder te worden. Later verbond hij zich met de schilderstijl van de Haagse school.

Hij schilderde eerst in Haarlem - via een verblijf in Amsterdam, vestigde hij zich in 1871 in Den Haag.

Anton Mauve speelde een belangrijke rol bij het begin van de schilderscarrière van zijn neef Vincent van Gogh; de contacten werden later verbroken.

Frans Funke en Rithe Funke-Kupper-Drugeon

Schilderij van A. Segui uit 1972 van Frans en Rithe Funke voor hun galerie
Schilderij van A. Segui uit 1972 van Frans en Rithe Funke voor hun galerie

Bakenessergracht 67

Frans Funke (1908-1992) en Rithe Funke-Kupper-Drugeon (1915-2000)

De Funkes hadden tot 1977 een kunstgalerie aan de Bakenessergracht. Frans Funke stamde uit een artistieke familie; zijn vader was een bekend politiek tekenaar, die bij een treinongeluk om het leven kwam. Een avontuurlijke geest, die liever ging varen en boksen dan een net beroep uitoefenen. Op een van deze reizen ontmoette hij Marie Thérèse Drugeon, een zeer eigenzinnige Française wier vader een paar maanden na haar geboorte was gesneuveld in de Grande Guerre. Het leidde tot een lang, goed en kinderloos huwelijk, hoewel Frans een zoon en Rithe een dochter had.
Lees verder over deze kunstminnende bewoners in een bijdrage van Herman van Aggelen (Bakenessergracht 70).

Simon Philip de Vries

Boek ‚ÄúJoodsche riten en symbolen‚ÄĚ
Boek ‚ÄúJoodsche riten en symbolen‚ÄĚ

Woonde op nummer 46 (nu 46A en B)

Simon Philip de Vries (Neede, 4 oktober 1870 - Bergen-Belsen, 24 maart 1944) was een Nederlandse rabbijn en hebra√Įcus.

Hij groeide op in het Achterhoekse Neede. Aangezien er geen synagoge in zijn plaats was, ging hij naar de sjoel van Borculo waar hij ook joodse les kreeg. Vanwege zijn bijzondere aanleg begon hij al op dertienjarige leeftijd een rabbijnenstudie aan het Nederlandsch Isra√ęlitisch Seminarium te Amsterdam. Na zijn afstuderen werd hij rabbijn van de joodse gemeente van Haarlem. Ook werd hij later geestelijk verzorger voor Joodse psychiatrische pati√ęnten en gevangenen.
Hij was voorts actief als publicist en leraar Hebreeuws. In de jaren 1928-1932 verscheen van zijn hand een omvangrijk boekwerk in twee delen over het jodendom genaamd ‚€úJoodsche riten en symbolen‚€Ě. Het werd meerdere malen herdrukt en dient nog steeds als vraagbak over het jodendom. Ook schreef hij een leerboek Hebreeuws.
De Vries was een voorstander van het zionisme; een opvatting waarin hij werd bestreden door vele andere orthodoxe joden.
In 1940 zette hij zijn rabbinale werk bij de joodse gemeente van Haarlem stop en ging hij met emeritaat. Twee jaar later verhuisde hij naar Amsterdam waarvandaan hij in 1943 werd gedeporteerd naar het kamp Westerbork. Zijn geestesgesteldheid bleef sterk en hij was een steun voor andere kampbewoners. Begin 1944 werd hij met zijn echtgenote naar het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd waar hij op 73-jarige leeftijd, vlak na zijn vrouw, de dood vond.

Philip Wouwerman

Cavallerie voor brandende molen
Cavallerie voor brandende molen

Woonde op nummer 55

Philip Wouwerman (ook Philips Wouwermans genoemd) (gedoopt 24 mei 1619, Haarlem ‚€“ 19 mei 1668, Haarlem), was een Nederlands schilder en tekenaar van jachttaferelen, landschappen en slagsc√®nes. Hij schilderde voornamelijk paarden en slagvelden. Zijn werk vertoont veel dynamiek en dramatiek en is gemakkelijk te herkennen: een wit paard is een van zijn handelsmerken.


Hij was de zoon van de Alkmaarse schilder Pouwels Joostensz. Wouwerman. Zijn broers Pieter (1623-1682) en Jan (1629-1666) schilderden ook, maar Philip had veruit het meeste succes. Hij werd eerst onderwezen door zijn vader, ging vervolgens in de leer bij landschapsschilder Jan Wynants (1620-1679) en is ook nog een leerling van Frans Hals geweest.
Omdat zijn familie bezwaar maakte tegen een huwelijk met een rooms-katholiek meisje, vertrok Wouwerman in 1638 naar Hamburg, waar hij werkte bij de schilder Evert Decker. Na zijn terugkeer uit Duitsland in 1640 werd hij lid van het schildersgilde en wijdde zich aan verfijnde landschappen, genre- en historiestukken, waarin vrijwel altijd paarden centraal stonden. Er waren maar weinig schilders die met hun werk zoveel geld verdienden. Voor zijn schilderijen werd in de 18de eeuw veel geld betaald. Stadhouder Willem V telde voor één doek zelfs 4575 gulden neer, meer dan in die tijd ooit betaald werd voor een Rembrandt of Vermeer. Frederik de Grote liet afbeeldingen van Wouwerman op een servies naschilderen en gaf het vervolgens aan Catharina de Grote als geschenk. Wouwerman kocht in 1646 en 1647 verschillende huizen in Haarlem en liet zijn dochter na zijn dood een bruidsschat van 20.000 gulden na. Hij overleed op 19 mei 1668 en werd op 23 mei daaropvolgend in de Nieuwe Kerk in Haarlem begraven.

Zie ook www.wouwerman.org

Bron: Wikipedia, www.rijksmuseum.nl