De straatnamen verklaard

Bakenessergracht

Ontleent zijn naam aan het stadsdeel de Bakenes. Samen met Heemskerk en Beverwijk vormde het gebied van de Bakenes in de 13de eeuw een grafelijke verdedigingsgordel tegen vijandige stammen uit het noorden.

Bakenesserstraat

Voorheen de Klerksteeg, naar de Klerken of clerici van de Bakenesserkerk. In de 18de eeuw omvatte de Klerksteeg tevens een deel van ‘t Krom.

Begijnesteeg

Zie Begijnhof.

Begijnhof

Het Begijnhof dateert van 1262 toen pastoor Arent van Sassenheim zijn huis, erf en boomgaard afstond aan een gemeenschap van begijnen, een gemeenschap van vrouwen die een religieus en kuis leven leidden.

Bloemertstraat

Vernoemd naar pastoor A.A.Bloemert (1585-1659) die o.a. de statie (=schuilkerk) van St. Anna in de naar hem genoemde steeg stichtte. Deze statie werd later verenigd met een statie in de Kokstraat. Ook was Bloemert de stichter van het nog steeds bestaande Bloemertfonds dat uitkeringen verstrekt aan R.K. armen. De Bloemertstraat heette vroeger de Biggesteeg, maar die naam werd in 1905 veranderd in Bloemertsteeg en in 1971 in Bloemertstraat.

Damstraat

De Damstraat wordt voor het eerst genoemd in 1320 en is dus al een oude naam die tot veel verwarring heeft geleid, want wat moest op die plek een dam? Het waarschijnlijkst is dat de dam is aangelegd om de uitmonding van de Beek verbeteren. Dat was een klein watertje dat van West naar Oost dwars door de stad liep en bij de Damstraat in het Spaarne uitkwam. De Beek is later overwelfd en op de Oude Groenmarkt kun je aan gedenkstenen nog zien hoe de waterstroom daar gelopen heeft.

Donkere Begijnhof

In het plantsoen ten noorden van de Waalse kerk stonden vroeger veel bomen, zoals op een kaart uit 1822 nog te zien is. Daarom heette dat het Donkere Begijnhof.

Donkere Spaarne

Zie Donkere Begijnhof. Het is niet zeker dat de naam Donker hier is toegevoegd om dezelfde reden. Op de kaart van 1822 staat er maar een enkel rijtje bomen, in tegenstelling tot de Koudenhorn, waar de bomen wel vier rijen dik stonden. Misschien waren er vroeger meer.

Goudsmidsplein

In het Begijnhof is ook de voormalige Goudsmidskamer te vinden aan het Goudsmitspleintje. Het pand werd vanaf 1612 gehuurd door het goudsmidsgilde. De historische functie is nog te herkennen aan de gouden beker op de gevelsteen van het pand, die de beker van Sint Eloy voorstelt, de beschermheilige van het gilde. Na de reformatie is er ook lange tijd een schuilkerk gevestigd geweest. Hoewel er al eerder Joden in Haarlem geweest zullen zijn, vinden we pas in de 18de eeuw voor het eerst in de archieven tekenen van een permanente vestiging. In 1765 werd het pand Goudsmidsplein 6 aangekocht en als synagoge ingericht.

Groene Buurt

Vermoedelijk is de Groene Buurt een onderdeel geweest van het Begijnhof. De naam kwam al in 1628 voor. Andere benamingen waren Groenebuurtsteeg of Kalverstraat. Tegenwoordig heet de verbinding tussen het Begijnhof en de Bakenessergracht Kalversteeg en die tussen het Begijnhof en het Goudsmidspleintje de Groene Buurt.

Hofje van Bakenes / de Bakenesserkamer

Vernoemd naar Dirc van Bakenesse, wiens erven het hofje na zijn dood in 1395 stichtten.

Jansstraat

Kreeg zijn naam naar de daar gelegen Commanderij van St. Jan, een internationale kloosterorde die zich bezig hield met het verzorgen van pelgrims naar het Heilige Land. Het kerkgebouw van dit klooster bestaat nog en is tegenwoordig in gebruik bij het Noord-Hollands Archief.

Johan Enschedé Hof

Vernoemd naar de voormalige drukkerij Joh. Enschedé die eerst op deze plaats gevestigd was.

Klokhuisplein

Voorheen Coolmarkt geheten, sinds de Franse tijd Klokhuisplein. Aan de Coolmarkt verrees in 1479 een houten torentje op stenen voet, de Klokhuistoren genoemd. Dit omdat het bouwwerk voor de duur van een ingrijpende verbouwing van de Bavo onderdak bood aan vijf oude klokken van de kathedraal. Die situatie zou uiteindelijk driehonderd jaar voortduren, totdat het werk werd afgebroken omdat de Fransen het luiden van klokken verboden.

Kokstraat

De Kokstraat komt al in 1450 voor als de Koksteeg. De herkomst is onzeker. Vermoed wordt dat het een beroepsnaam is uit de tijd dat de graven van Holland nog regelmatig in Haarlem vertoefden.

Korte Begijnestraat

Zie Begijnhof.

Korte Jansstraat

Zie Jansstraat.

Koudenhorn

De naam betekent koude hoek, want horn = hoek. Rond 1465 komen ‘Caudehorn’ en ‘Çoude hoorn’ voor om de zuidpunt van de tegenwoordige Koudenhorn aan te duiden. Het noordelijkste deel, bij de Catharinabrug, werd Houtmarkt genoemd. De ossenmarkt werd gehouden op een verbreding daarvan. In 1768 werd een aantal huizen afgebroken ten behoeve van de bouw van het Grote Diaconiehuis, dat later dienst deed als kazerne en nu hoofdbureau van politie is. In 1668 de Koudenhorn het grootste deel van de kade aan de westelijke oever van het Spaarne.

’t Krom

Duidt op de kromming of knik in de straat, die vermoedelijk het einde was van de oude begrenzing van ‘Oud-Haarlem’. In 1562 wordt gesproken van de ‘Cromte van de Clercksteeg’.

Lange Begijnestraat

Zie Begijnhof.

Lombardsteeg

Een lommerd is een pandjeshuis of bank van lening. De naam is afkomstig uit Lombardije in Noord Italië van waar men daar en elders het beroep van bankier ging uitoefenen. De naam Lombardsteeg komt in Haarlem voor het eerst voor in 1490, maar al in 1343 is er in Haarlem een lommerd.

Nauwe Appelaarsteeg

De naam is waarschijnlijk ontleend aan de appelboomgaarden, tuinen met appelaars (appelbomen) die daar vroeger waren.

Philip Frankplein

Een bijzondere plek in de joodse geschiedenis van Haarlem neemt opperrabbijn Philip Frank in. Deze werd in 1937 - hij was toen 27 jaar - aangesteld voor het hele gebied Noord-Holland. Tijdens de Duitse bezetting werd hij het slachtoffer van een Duitse represaillemaatregel. In januari 1943 werd een Duitse onderofficier bij de Verspronckweg neergeschoten. De Duitsers reageerden door 109 Haarlemmers te laten arresteren. Tot hen behoorden drie vooraanstaande leden van de joodse gemeente, onder wie Frank. Begin februari werden ze met zeven niet-joodse gijzelaars in de duinen van Overveen gefusilleerd.

Ravesteeg

In 1543 werd de naam ‘tsteechgen van Pieter van Scoten’ gebruikt als aanduiding van deze (voormalige) steeg, die later ook wel ‘Ravensteechien’ en ‘Pieter van Schotens of Ravenstege’ werd genoemd. Deze laatste benaming zou verwijzen naar het uithangbord van een herberg die daar heeft gestaan. In 1588 is er sprake van een huis op het ‘Spaerne buytenomme, daer jegenwoordel. de zwarten Rave uythangt’ en in 1654 zou er een huis verkocht zijn achter de stal van de ‘Swarte Raven’. In 1684 bevond zich brouwerij ‘’t Hoefijser op de Koudenhorn of ‘Spaerne Buytenomme’, van outs genaemt de Swarte Rave’. Tegenwoordig is het geen openbare weg meer.

Riviervismarkt

De zeevismarkt is in 1603 tegen de Grote Kerk aangebouwd op de westelijke hoek van de noordzijde; de riviervismarkt, ook wel Boerenvismarkt genoemd, lag iets oostelijker tegen de noordzijde van de kerk.

Simon de Vrieshof

In 2006 vernoemd naar rabbijn Simon de Vries (1870-1944).
Van 1892 tot 1940 was hij rabbijn in Haarlem. Ook werd hij later geestelijk verzorger voor joodse psychiatrische patiënten en gevangenen. Verder was hij actief als publicist en leraar Hebreeuws op diverse scholen. In de jaren 1928-1932 verscheen van zijn hand een omvangrijk boekwerk in twee delen over het jodendom genaamd Joodsche riten en symbolen. Het werd meerdere malen herdrukt en dient nog steeds als vraagbaak over het jodendom. Ook schreef hij een leerboek Hebreeuws. In 1940 zette hij zijn rabbinale werk bij de joodse gemeente van Haarlem stop en ging hij met emeritaat. Twee jaar later verhuisde hij op aanwijzing van de bezetter naar Amsterdam, waarvandaan hij in 1943 werd gedeporteerd naar het kamp Westerbork. Begin 1944 werd hij met zijn echtgenote naar het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd, waar Simon de Vries op 73-jarige leeftijd met zijn vrouw de dood vond.

Teylers Hof

Gesticht in 1787 uit de nalatenschap van Pieter Teyler van der Hulst.

Teylershofjestraat

Behoorde vroeger tot het terrein van het Teylers Hof aan de Koudenhorn. Op de met fruitbomen beplante achterhof van dit hofje hebben de directeuren van Teylers Stichting, tevens regenten van het hofje, in 1885 twee blokken woonhuizen gebouwd, die verhuurd werden. De regenten, die deze straat ook onderhielden, gaven haar de naam ‘Teyler’s Hofje’s Straat.

Valkestraat

De naam ‘Valkenstege’ is wellicht ontleend aan een huis ‘De twee Valckens’ dat daar in 1657 stond. Tussen 1917 en 1920 werd de naam veranderd in Valkestraat.

Vroonhof

Deze naam verwijst naar de uitgebouwde versterkte nederzetting, vroonhof of curia geheten, die graaf Willem II op de Bakenes bouwde.

Vrouwestraat

Voorheen Vrouwesteeg. In 1486 heet deze straat de ‘Onser Vrouwen kerckstege’ en in 1517 is er sprake van de ‘Onser Lieve Vrouwenstege’.

Wijde Appelaarsteeg

zie Nauwe Appelaarsteeg

Zakstraat

Een zakstraat is een doodlopend steegje. De Zakstraat (vroeger Zaksteeg) begon bij de Koudenhorn en werd pas in 1768 doorgetrokken naar de Bakenessergracht. Een zijstraatje van de Cornelissteeg heet nog ‘t Zakje.