Column Dolf Hellwig

Ineke is 't Teylertje en 't Teylertje is Ineke

Op zondag 13 maart viert koffiesalon & lunchroom 't Teylertje zijn twintigjarig bestaan.

Buiten restaurant Willendorf en café Het Wapen van Bakenes is 't Teylertje eigenlijk de enige horecazaak in Bakenesserbuurt. De eerste twee bedienen elk een ander segment van de markt, dus van concurrentie is geen sprake. En dat geldt ook voor de andere zaken aan het Spaarne, verderop.
't Teylertje is enig en uniek in zijn soort, niet alleen vanwege zijn topkoffie, zijn appeltaart, zijn broodjes, zijn high tea en het spectaculaire uitzicht op het Spaarne, maar vooral ook vanwege zijn uitbaatster, de in Haarlem alom gewaardeerde en geliefde Ineke Pieters.
Ineke is 't Teylertje en 't Teylertje is Ineke. Tuurlijk, er is soms personeel, zeer goed personeel zelfs, maar het hart van de zaak, dat is toch Ineke. Zelf is ze van mening dat zij en haar zaak een beetje te veel samenvallen, maar dat is een opvatting die door vrijwel niemand in de buurt gedeeld wordt.
Ineke is een geboren en getogen Haarlemse. De liefde voor het werken in de horeca werd haar met de paplepel ingegeven want haar vader had in Amsterdam altijd al 'een zaak'. Desondanks begon zij haar carrière in een groot notariskantoor, waarin zij 13 jaar lang werkzaam was. Overdag, want 's avonds werkte ze in de horeca. Toen het notariskantoor werd opgeheven, besloot Ineke dat het tijd was om toe te geven aan haar hobby: grote reizen maken. Ruim een jaar lang reisde ze over de wereld, bezocht haar broer in Australië en dacht ondertussen na over 'wat te doen bij terugkeer in Haarlem'.
Ze verzorgde – op verzoek van de heer Uytendaal (Groenendaal) – met veel plezier de horeca-activiteiten tijdens de grote Frans Halstentoonstelling (eind jaren 80). Daarna besloot ze voor zichzelf te beginnen, liefst een dagzaak want aan het 's avonds werken in de horeca had ze inmiddels een hekel gekregen.
En zo vond ze in 1991 aan het Spaarne wat nu 't Teylertje is. Het pandje had altijd een horecabestemming gehad, maar erg veel succes hadden de opeenvolgende eigenaren (7 eigenaren in de laatste 4 jaar) niet. Wat ook ooit 'De Mokkaboon' heette, dat was toen een beetje morsige zaak in een buurt, die nogal verschilt van de huidige. "Het was hier zo dood als het maar kan", zucht Ineke, maar ja, ik trof het wel, want het liep vanaf de eerste dag met mijn zakenlunchroom..."
Niet gek als je de kwaliteit die Ineke biedt, kent, en als je naar buiten kijkt: een zonnig terras op een wel erg ideale plek.
De clientèle van Ineke bestond in het begin uit mensen, die werkten in kantoren en bedrijfjes aan de Bakenessergracht, zoals 'de studio', Planeta, Leo Vos en anderen. En – uiteraard – museumbezoekers. "De kantoormensen verschenen op het middaguur voor de standaardbroodjes, soms namen ze ze mee, en ze kwamen voor de koffie...! Ik ben er trots op dat ik drie keer de Eerste Prijs won voor de beste Haarlemse koffie!"
"Er kwamen in de beginjaren heel wat buurtbewoners", zegt Ineke, "maar ja, de hypotheken aan de gracht zijn natuurlijk wel erg hoog geworden in de tussentijd, dus dat is nu minder... Maar de museumbezoekers, die zijn gebleven".
Ik krijg koffie van Ineke, hij smaakt inderdaad voortreffelijk, misschien wel omdat hij je geserveerd wordt in wat erg op een gezellige huiskamer lijkt. Ook al hangen er tamelijke ongebruikelijke schilderijen aan de muur: een blauwe en een groene koe, een varken, 2 gezichtsloze dames met hoed, een broedende kip, beelden van klaprozen en viooltjes, je kijkt je ogen uit.
"Ik bied Haarlemse kunstenaars graag een plek om te exposeren", legt Ineke uit. "Ik heb kennelijk wat met kunst. Ik werk ook graag samen met het Teylers. Toen het museum een eigen café kreeg, werd me gevraagd om de exploitatie ervan op me te nemen. Maar dat zou me toch te veel geworden zijn. Ik heb in de beginfase wel met het museum samengewerkt, want het liep daar toen niet al te best... Ach, het is zo'n andere plek dan hier, nee, we bijten elkaar niet, hoor!"
Ik vraag Ineke of het haar soms niet zwaar valt om twintig jaar lang steeds met hetzelfde enthousiasme en dezelfde toewijding koffie te zetten en taartpunten te snijden.
"Ik moet je zeggen, zegt ze lachend, het is wel hard werken, 6 dagen in de week, tien uur op een dag, en soms is er ook nog een zevende dag, maar ik heb hier nog nooit een dip gehad, nee, ik ben eigenlijk heel tevreden met wat ik doe� Ja, misschien een keer, en dat was toen mevr. Th�ne en dhr. Breeman, mijn superburen, weg moesten, toen heb ik wel even gedacht: nou wil ik ook niet meer� Maar gelukkig kwam mijn werkplezier weer terug�.
Ik vraag haar of ze wel eens last gehad heeft van klanten die zich niet weten te gedragen. �Nee, eigenlijk niet, zegt ze, je moet natuurlijk wel zien wie je binnen krijgt, die mensenkennis doe je wel op in de horeca, maar verder is het gewoon een kwestie van iedereen in zijn waarde laten... Als het me niet bevalt, dan kan ik wel erg direct en duidelijk worden, hoor, maar als je bij die duidelijkheid vriendelijk blijft, dan lost het zich allemaal van zelf op�!�
Dat werken in de horeca zwaar werk is, wordt nog eens bevestigd door Inekes mededeling dat �ze niet eindeloos doorgaat�� �Ja, over een aantal jaartjes dan stop ik. Ik wil graag nog een paar reizen maken..� Groot gelijk, denk ik, en ik vraag: �Heb je al een opvolger op het oog�?�
Dat is nog niet het geval. Kennelijk kijk ik even een beetje zorgelijk, want plots zie ik in mijn fantasie beelden van fritestenten, pizzabakkers, hondentrimsalons en priv�clubs, die �t Teylertje hebben verdrongen.
�Maak je geen zorgen, zegt ze, als ik �t Teylertje aan iemand overdoe, houd ik echt wel goed rekening met wat hier past, daar gaat het museum natuurlijk ook van uit�.�
We waren Ineke al erg dankbaar voor die twintig jaar topservice in de buurt, maar we zullen het � als ze zich aan haar woord houdt en dat doet ze � ook nog lang blijven.