Column Dolf Hellwig

Dolenthousiast over een kerk met manco's

Al bijna drie maanden geleden was het, januari van dit jaar, dat de Archeologische Dienst haar vertrouwde werkplek aan de Nieuwe Gracht verruilde voor een nieuw verblijf in de Bakenesserkerk. Een overgang die 'De Vrienden van de Bakenes' zeer waarderen, omdat de gemeente op die wijze en met hulp van Stadsherstel Amsterdam de kerk kon restaureren. En die op termijn ook het onderhoud ervan garandeert.

Als je nu de kerk betreedt, word je direct geconfronteerd met de gevolgen van de restauratie en de herinrichting. Onder het ossenbloedkleurige gewelf (was oranje) sta je oog in oog met de fraaie glazen vitrines, die tegelijk dienst doen als transparante scheidingswanden van de werkruimtes.
De vitrines liggen vol met interessante vondsten uit de Haarlemse bodem: mokken en kruiken van aardewerk, Delfts blauwe borden, glaswerk, geglazuurde tegels, Chinees porselein, leren schoenen, een broodplank met een mes, knopen en zelfs kleine spelden, wat niet al. Er ligt geen verklarende tekst bij al dat antiek dat Haarlems verleden heeft prijs gegeven; voor de archeologen dienen de opgegraven en tentoongestelde objecten slechts als vergelijkingsmateriaal.
De directeur van de Dienst, mevr. drs. Anja van Zalinge, met wie ik in de kerk over de verplaatsing spreek, maakt mij dat meteen duidelijk.
Anja van Zalinge, die, gehuld in een omslagdoek, de kilte in de kerk - het is er vandaag slechts 15 graden - tracht tegen te gaan, vertelt me dat zij en haar zes medewerkers dolenthousiast waren, toen ze destijds door wethouder Chris van Velzen op de hoogte gesteld werden van het besluit de Dienst onder te brengen in de kerk. "Ik heb nou eenmaal iets met oude gebouwen, met kerken... Niet dat het oude pand aan de Nieuwe Gracht ons niet beviel, dat niet, de inrichting ervan was nog helemaal origineel en het was er ruim, maar ja, deze oude, voorheen hervormde en later gereformeerde Bakenesserkerk, dat heeft toch meer statuur..! Ik kende de kerk al wel, vooral van het bezoek aan enkele exposities in het Cultuurjaar 2008, toen ze een jaar lang Kunstkerk was, Ik wist dat er heel wat moest gebeuren om het gebouw voor een Dienst als de onze geschikt te maken. Achteraf kun je zeggen dat dat - hoewel niet perfect - goed gelukt is."
Ik vraag Anja van Zalinge naar de onvolkomenheden waarmee zij in haar werk geconfronteerd wordt. "We hebben hier vloerverwarming en convectoren onder de glas-in-loodramen, maar de warmte die in deze hoge ruimte wordt afgegeven is helaas nog onvoldoende. Bij de beide ingangen hebben we gordijnen opgehangen om de tocht onder controle te houden, dat helpt wel iets, maar we studeren voorlopig nog even verder op mogelijkheden om het gebouw tegen acceptabele kosten beter te verwarmen".
Van Zalinge oogt desondanks niet rillerig of tobberig. Integendeel, ze spreekt met erg veel bezieling en kennis over haar werk. Mij verbaast het niet, ze heeft immers al een indrukwekkende carrière als archeologe achter zich. Anja van Zalinge, geboren en getogen Haarlemse, werkte eerder in Vlaardingen, Arnhem en Utrecht, werk waar ze met veel plezier aan terug denkt. "Het zijn voor een archeoloog erg interessante locaties, ik heb er veel geleerd. Maar ja, toen mijn voorganger Martin Poldermans met pensioen ging en mij de kans werd geboden om in mijn eigen stad aan de slag te gaan, toen heb ik dat aanbod graag en direct aanvaard".
Anja van Zalinge vervolgt: "We zitten hier ook soms wel in over de beperkte ruimte die ons ter beschikking staat. Op de Nieuwe Gracht beschikten we over 1000 m², hier is het maar 200. Dat is voor een Dienst, die ook nog een laboratorium behoeft, wasruimtes, droogkasten en uiteraard een flink en steeds groeiend archeologisch depot, best wel krap. Ik mis ook de tuin die we op de Nieuwe Gracht hadden, die liep helemaal door tot aan de Ridderstraat, en daarin konden we onze vondsten op comfortabele wijze uitstallen, bestuderen en determineren. Daarbij komt nog dat de gemeente in deze kerk een klein deel wilde reserveren als 'publieksruimte'. Op de Nieuwe Gracht was deze functie exclusief voorbehouden aan het Archeologisch Museum. Publiek in de kerk, dat is natuurlijk prima, want per slot van rekening werk je ook voor de geïnteresseerde burger. Maar het maakt het werken hier wel minder efficiënt, je moet immers tijd en aandacht vrij maken voor de stadsgids met zijn groep, voor schoolklassen en anderen... Komt bij dat de akoestiek van het gebouw zo goed is dat het af en toe wel gehorig wordt."
Anja van Zalinge spreekt openhartig over de manco's waarmee de kerk haar Dienst belast, maar ze spreekt dermate gedreven en positief over haar werk en haar mensen dat ik op geen enkele manier twijfel aan haar motivatie 'om er helemaal voor te gaan' zoals dat tegenwoordig heet.
"Ach, wij archeologen, wij zijn ook buitenmensen, we zijn gewend om met onze voeten in de modder te staan en om met weinig toch oplossingen te vinden..."
We spreken nog over de door de Dienst hoog ingeschatte archeologische waarde van de Bakenes en de onaangename kanten van de buurt. "Wij vinden het niet prettig als mensen uit de Slaaphoek hier in het halletje hun biertjes komen opdrinken, maar zware overlast is er niet. We ergeren ons wel aan de jeugdige vandaaltjes die nu al voor de vierde keer een raampje hebben stuk gegooid en de kerk besmeuren met poep. We willen graag de steun van de buurt bij het gaaf houden van het gebouw waarin wij nu werken". Ik hoop dat ik namens de hele buurt spreek als ik Anja van Zalinge dát toezeg.