Column Dolf Hellwig

Een steunpunt verdwijnt: Karel en Bep stoppen!

Op 1 juni a.s. sluit de winkel aan de Bakenessergracht (hoek Kokstraat), de buurtsuper van Karel van Zijp (72) en Bep Sietsma (68), definitief de deuren. Een belangrijk steunpunt voor de buurt verdwijnt hierdoor, en het komt ook nooit meer terug. Erg jammer, maar we moeten als buurtbewoners realistisch zijn, en vooral blij dat de landelijke discussie over de pensioenleeftijd kennelijk aan Karel en Bep voorbij is gegaan.

Ruim 46 jaar lang —vanaf 1 dec. 1965— hebben Karel en Bep samen de buurt voorzien van aardappels, groente, fruit, levensmiddelen en huishoudelijke artikelen, die niemand lang kan missen. Straks kan niemand meer snel kort voor of na zessen "even naar Karel" om de ontbrekende ingrediënten voor een maaltijd op te halen, en niemand kan ook meer in alle vroegte een half witbroodje of een krant halen en een praatje maken over het laatste buurtnieuws. Het boek van de vele zelfstandige neringdoenden die met hun bedrijvigheid of winkel zo lang de Bakenessergracht levendig hielden, drukkers, bakkers, garagiers, metaalbewerkers, schilders, wie en wat niet al, is bijna dicht.
In ruim vijftig jaar heeft dat brede ambachtelijke vakgebied plaats gemaakt voor wat heet kwaliteitsbewoning. De staat van de panden aan de gracht en in de zijstraatjes ervan werd er vaak wel beter op, maar de oude sfeer die al die vakmensen creëerden, verdween met de komst van heel wat nieuwe bewoners.
"Toen wij begonnen, vertelt Karel, had je hier een sfeer, die vergelijkbaar was met die in de Jordaan. Heel gezellig. Maar ook met sociale controle, hoor. Niet om elkaar zo nodig in de gaten te moeten houden, maar gewoon om te helpen als er wat was".
We spreken met Karel en Bep in hun gezellige, goed onderhouden woning aan de Kokstraat, waarin ze al die tijd ook gewoond hebben en nu nog wonen.
"Je hebt nu de stichting van de Vrienden van de Bakenes, die iets organiseert voor de buurt, maar vroeger hadden wij hier in de Kokstraat al een eigen buurtvereniging. Leuke boel. Dat liep van een bingo, via een gezamenlijk reisje naar een toneelstukje, waarvoor we oefenden in het zaaltje van de Schuilkerk. Dat was vaak lachen, hoor. Jos Verbeek, de aardappelgrossier, dat was de grote aanjager van de club. Hij regelde ook de bingoprijzen, en als je dan een potje appelmoes gewonnen had, dan kwam ie wel een dubbeltje bij je innen voor het statiegeld... Ja, andere tijden, hoor! De mensen zijn nu materieel gezien veel rijker, maar ik denk wel eens: ook een stuk sociaal armer..."
We keren terug naar het allereerste begin. De keuze voor een vers winkel met aardappels, groente en fruit was geen bewuste, ze kwam door een toeval tot stand. Karel vertelt: "We woonden hier al, ja, nog gehuurd, toen, dat had ik te danken aan Joop Thoolen. Ik woonde in Noord maar zat in de Linschotenstraat op school. Dus ik kwam dagelijks hier over de gracht, er was een erf waar rij- en trekpaarden stonden. Dat had mijn aandacht. Daarnaast had Joop Thoolen postduiven; al met al bleef er weinig tijd voor school over.
Toen ik een kamer zocht, wist Joop iets in de Kokstraat bij de oude meneer Oldemark uit Aalsmeer, onderhuur, dat wel, maar ik had iets. Later overleed Oldemark en kreeg ik direct met onze Bloemendaalse huisbaas te maken, die maar met moeite accepteerde dat we hier bleven zitten. Maar de een zijn dood is vaak de ander zijn brood. Ook de huisbaas overleed, en in 1975 konden we het huis kopen..."
We vragen naar het toeval dat de winkel deed ontstaan. "Ik werkte als automonteur. Zwaar werk, hoor, zeker als het om vrachtwagens gaat. Ik heb voor diverse garagebedrijven gewerkt, zowel met personen- als met vrachtwagens. Wat nu de winkel is, was toen het pakhuis van groenteventer Jacques Blonk. Die parkeerde er zijn carrier in. Maar ja, je weet hoe dat gaat. Hij wist dat ik automonteur was, en kwam mij soms vragen om zijn wagen te repareren. Toen Blonk er mee stopte, kon ik zijn handel overnemen en later kon ik ook van eigenaar Beccari, het wijnkopershuis, het pakhuis kopen.
Bep vult aan: "We besloten toen het pakhuis in te richten als winkel. Het werd toen het halletje zoals het nu nog is. Ik had wel wat winkelervaring opgedaan, o.a. in de Kleine Houtstraat, vandaar. Ik zou dus de winkel doen, en Karel zou de vaste klanten van Blonk overnemen... Ach, ik herinner me nog goed wat onze allereerste dagomzet in de winkel was: 25 gulden!"
Karel: "Ik reed elke dag een vaste route door Haarlem-Noord, helemaal tot aan de Slaperdijk bij Velserbroek. Ik kocht eerst een Volkswagenbusje en later zo'n oude bus van de Nutsspaarbank, dat ging prima, hoor. Later kon ik ook groenten en fruit gaan leveren aan zorgcentrum Het Visserhuis in IJmuiden en aan het Huis van Bewaring aan de Harmenjansweg. Dat heb ik 25 jaar lang gedaan. Van alle leveranciers die daar kwamen, ben ik de enige die overgebleven is. Ja, dat is toch iets speciaals. Ik wil altijd overleven, dat heb ik van huis uit, we moesten altijd hard werken, een echte vechtersfamilie, hè, ja, niet letterlijk natuurlijk".
Met Kerst gaf ik altijd iets extra, een kistje mandarijnen voor het personeel, inclusief de directeur en de mensen van kantoor, geen onderscheid, iedereen hetzelfde. Dat deed ze wel goed, dat er geen onderscheid was dus. En het deed mij ook goed.
Met venten ben ik nog zo'n 10 jaar doorgegaan, maar een paar jaar na de geboorte van onze zoon Rob (nu 40), ben ik Bep gaan helpen in de winkel en ik moet je eerlijk zeggen: er is nog nooit een dag geweest waarin ik niet met plezier naar de winkel ging en mijn werk deed..."
Ik vraag of er in al die jaren veel in het assortiment veranderd is.
"Jazeker, legt Bep uit, we zijn begonnen als groente- en fruitwinkel, maar gaandeweg sloten hier in de buurt steeds meer winkeltjes, een drogist, een sigarenboer. Ja, en dan namen wij die spullen vaak over en gingen dat in onze winkel verkopen. Dingen die mensen altijd nodig hadden zoals tandpasta en sigaren. We hebben wel altijd alleen maar verkocht waar mensen om vroegen. We pasten ons aan hun vraag ... Maar altijd eerlijk blijven wat de prijzen betreft hè, dat werkt, niet rommelen, als de andijvie op de veiling duur is, dan is ie dat ook hier op de gracht, het is wat het is..."
Naast zijn werk onderhield Karel altijd op een toegewijde manier zijn hobby: de duivenmelkerij. "Ik had altijd zo'n 70 duiven, boven de zaak, ik heb de nodige prijzen gewonnen, maar in april 2010 ben ik er mee gestopt. Het is niet zo'n handige hobby voor mensen met longproblemen zoals ik..."
Duiven!
Het brengt bij Karel nog een erg aardige anekdote boven. "De ouwe Jan Kraakman woonde hier op de gracht. Ja, een meneer hoor, en een geziene figuur, hij had vanuit het verzet goede contacten. Jan was een ontwerper, een binnenhuisarchitect ook. Het heeft bioscoop Lido nog getekend en ook het nieuwe patroon voor de Grote Markt.
De Markt in zijn nieuwe staat zou weer opengaan, maar daar ging een officiële ceremonie aan vooraf. Zegt Jan: "Karel, jij hebt toch duiven? Ik wil bij de inwijding van de Nieuwe Markt een stel duiven loslaten, uit een verkeerslicht..." Ik zeg: "Jan, da's best, ik zal je helpen maar niet met mijn duiven, die zouden ook direct weer naar huis vliegen en ze moeten op de Markt blijven".
Toen ben ik naar de Markt gegaan en heb daar een flink aantal duiven die toch al op de Markt thuishoorden, in een flinke mand gelokt... Komt er een vrouw naar mij toe die heel boos tegen mij tekeer ging. Ik moest van die zielige duiven afblijven, ik mocht ze niet jatten. Ik zeg: "Ik jat niks. Weet je wat, ik blijf hier en jij gaat de politie halen. Komt allemaal goed." En die vrouw op hoge poten naar de politie, die toen nog in de Smedestraat zat. Nou, ze waren er snel. Ik legde de zaak uit en noemde de naam Kraakman, ja, en dan gebeurde er niks, zo was dat toen. "Hebt u nu genoeg duiven?", vroeg die agent, gaat u dan alsjeblief snel weg, want als ik zo om me heen kijk, staat half Haarlem op zijn kop...!"
Zo vaak hebben Karel en Bep de politie overigens niet over de vloer gehad. In 46 jaar werd er maar 2x ingebroken, en nog niet eens vakkundig ook. Problemen met klanten hadden ze niet of nauwelijks. "Je moet over onbenullige dingen geen moeilijkheden maken, legt Bep uit, dat werkt, als iemand eens wat wil meenemen zonder te betalen, hoef je niet meteen met de politie te dreigen, je kunt ook duidelijk zeggen: "Wilt u dat a.u.b. gewoon terugleggen?!" Het leven kan ook erg eenvoudig zijn.
Wij informeren naar de precieze reden van het afscheid op 1 juni a.s.
Karel legt uit: "Ach, je moet het doen zolang je het leuk vindt en je het nog kan doen. We hebben er nooit naar gestreefd om de 50 jaar te halen. Ik moet ook rekening houden met Bep. Nu is ze nog kerngezond, maar morgen kan het anders zijn. En mijn eigen gezondheid... al gaat het nu wel goed met me. We hebben gezegd: we blijven zolang de winkel nog niet is verkocht, en ja, nu konden we de winkel voor een goede prijs verkopen. Nee, er komt geen winkel terug..."
En Bep zegt: "We kunnen nu in alle rust wat meer tijd besteden aan onze kleinzonen Kasper (13) en Olivier (6), prima toch?"
Namens alle klanten en buurtbewoners: Karel en Bep, zeer bedankt! Jullie blijven wel in de buurt, maar we zullen jullie en de winkel zeer missen.