Column Dolf Hellwig

Een oude dame op de intensive care

Dit jaar heeft de mooie oude dame van steen, hout en glas, die de Bakenesserkerk heet, langdurig op de intensive care van Stadsherstel Amsterdam NV gelegen.

Bizar dat de man die de kerk van het verval redde, en die haar op 11 februari op de operatietafel legde, wethouder Chris van Velzen, nu al niet meer bij ons is.
Het is een goede zaak dat de herinnering aan de wethouder beeldend vorm krijgt in een speciaal aan hem gewijd glasraam. Het wordt geplaatst in het oeil de boeuf in de noordbeuk.

Onderwijl hebben de mannen van de firma Holleman en Zonen de oude dame al zodanig opgekalefaterd dat ze, zoals ook voorzien was, in december volledig is hersteld.
Holleman, die kan er wat van, want als je ziet wat hij van de restauratie van de Janskerk heeft gemaakt, en meer recent nog van de doorbraak tussen de Vishal en de Bavo, dan gaat mijn zwarte hoed in bewondering af: vakwerk!

Als buurtbewoner kon ik de herstelling van de oude dame van nabij volgen. Rondom de kerk liggen delen van de straat en van het pleintje bij ’t Krom vol met planken, steigeronderdelen en ander bouwmateriaal, maar je kunt gewoon naar binnen om het genezingsproces van nabij te volgen.
Ik sprak er met de uitvoerder van het werk, de even vriendelijke als kundige Maarten Sneekes uit Velserbroek; hij geeft dagelijks leiding aan de dakwerkers, de glaszetters, de loodgieters en andere specialisten, die de kerk helpen bewaren en begeleiden naar haar nieuwe levensfase: de komst van de dienst Archeologie.

“We zijn begonnen met het dak. Dat was bij de vorige restauratie (in 1972, AH) belegd met goedkoop singelwerk. Vooral het houtwerk in de zuidbeuk was behoorlijk verrot. We hebben de singels verwijderd, het houtwerk vernieuwd en geprepareerd tegen houtworm. Daarna is het dak geïsoleerd. De firma van Boxtel heeft met behulp van twee Duitse specialisten het nieuwe leiwerk, dit keer van natuursteen, verzorgd.
In het dak van de zuidbeuk hebben we zonnepanelen geplaatst. De energie die daarmee wordt opgewekt, wordt aangewend voor het huishouden van de kerk en haar toekomstige gebruikers.
Wat over is, kan op het net worden gezet. Van Boxtel heeft ook al het gootwerk vernieuwd. Vanochtend nog hebben we de zakgoot (goot tussen zuid- en noordbeuk, AH) in orde gebracht. Het was een pak van ons hart toen het dak eindelijk dicht was.

Het glaszetbedrijf van Koos Reinders heeft al het loodwerk in de raampartijen hersteld, een gigantisch werk, want elk klein raampje moet apart worden weggenomen en weer teruggezet in een nieuw loodkader. Ze zijn op drie ramen na klaar.
Alleen de vijf ramen van het koor blijven voorlopig bij het oude. Die krijgen straks een artistieke vormgeving. Martin Busker, de gemeentelijke projectleider, heeft daarvoor 5 striptekenaars geselecteerd…”

In de kerk zelf is het nog een enorm rommeltje. Een mengeling van nieuwe apparatuur, houtwerk, materiaal dat onderdelen van de kerk tegen de bouwarbeid moet beschermen, een van zijn plaats losgeraakte kerkbank, gereedschap, stempels, zakken cement en pleistermortel bedekken grote delen van de nieuwe vloer. Wel zie ik dat het houten gewelf al in een luisterrijk bruin is overgeschilderd.
“De oude houten vloer, zegt Maarten Sneekes, is eruit. We hebben onder de nieuwe van Belgisch hardsteen vloerverwarming aangelegd, het is met de zonne-energie die daarvoor gebruikt wordt, wel allemaal veel duurzamer geworden dan het was…
We zijn nog niet klaar, hoor. Bij de ingang komt nog een natuurstenen hellingbaan voor rolstoelen, er moet nog gestuct en geschilderd worden, maar we liggen op schema. In de laatste week van december leveren we op… Daarna kan de interieurbouw beginnen…”
Als ik terugloop naar huis, zie ik tot mijn tevredenheid dat ook al de Latijnse tekst in het fronton boven de ingang in de noordbeuk hersteld is. Alsof men zelfs niet vergeten is de broche van de oude dame nog op te poetsen.